De jacht op mijn verkrachter.

Deze week “de jacht op mijn verkrachter” gelezen van Sylvia Veld en Robert Vinkenborg.

Ik heb aan Robert beloofd een reactie te geven. Als ex-gevangenisdirecteur in de regio en voormalig inwoner en gemeenteraadslid van Hoorn ken ik persoonlijk veel mensen die in het boek genoemd worden. Zoals politici, bestuurders, medewerkers van het OM en de politie. Vanuit mijn achtergrond heb ik ook een mening over het functioneren van de overheid en van het Ministerie van V&J in het bijzonder.

Als lezer wordt je indringend geconfronteerd met de beleving van een jonge vrouw die ernstig geweld is aangedaan. Niemand zou met dit soort geweld geconfronteerd mogen worden, ongeacht de situatie waarin dat gebeurt.

Echter: maar liefst 45 procent van de vrouwen zou sinds het 15e levensjaar fysiek en/of seksueel geweld hebben ervaren. Slechts 16 procent van de slachtoffers van een zedenmisdrijf doet aangifte. *

Het is buitengewoon pijnlijk om te lezen hoe er vervolgens met Sylvia en het opsporen van de dader wordt omgegaan. Kennelijk volgen ambtenaren regels en protocollen, hebben te maken met een ineffectieve organisatorische werkelijkheid en met beperkte capaciteit. In bijna iedere regel klinkt de onmacht door om hun werk te doen zoals dat hoort: Sylvia op een professionele, invoelende manier begeleiden en de dader opsporen. Vanaf het moment dat Sylvia over de drempel van het politiebureau komt wordt haar (waarschijnlijk onbedoeld) geweld aangedaan: met de vieze kleding met sporen van de dader naar huis. Ze moet het aanhouden en terugkomen met een tasje met schone kleren. Twee weken bedenktijd voordat aangifte kan worden gedaan. Geen politiemensen die de zaak oplossen terwijl dat heel eenvoudig gekund had. Met een dader wiens locatie steeds bekend is omdat hij Sylvia’s telefoon heeft. Getuigen die wel in beeld zijn maar niet gesproken worden. En nog veel meer: leest u het boek er maar op na!

Het boek roept vooral verontwaardiging op omdat het hier om iemand gaat die slachtoffer is van geweld. Op zichzelf wijkt de handelswijze van de overheid in deze zaak echter niet heel erg af van wat een burger meemaakt in andere zaken waarin ze met overheden of instellingen te maken krijgen, bijvoorbeeld als ze een bouwvergunning aanvragen, onschuldig in voorlopige hechtenis komen te zitten (6000 mensen per jaar, 30 miljoen schadevergoeding) of zorg moeten krijgen . Ambtenaren/functionarissen zijn in grootschalige, complexe organisaties bezig met de vraag of ze rechtmatig (lees: volgens de regels) handelen en niet hoe ze de inwoner/client het best van dienst kunnen zijn.

Naarmate de jacht op de dader vordert gaan Sylvia en Robert escaleren. Naar de pers, het bestuur (van OM en politie) en politiek. De pers is een machtig maar moeilijk te controleren wapen: ze heeft zo haar eigen belangen, zoals het scoren met een primeur. Dan het bestuur, de burgemeester, de hoofdofficier en de korpschef. De laatste twee hebben te maken met een werkvloer die volgens de regels werkt (volgens de rapportages), vervelende persberichten en een politiek klimaat waarin aandacht voor slachtoffers prioriteit nummer een is. Gedoe dus. Ze proberen de geest weer in de fles te krijgen zonder hun personeel te hoeven afvallen. En de burgemeester geeft slechts door wat zijn aanspreekpunten hem vertellen. Ieder zijn rol, ieder zijn eigen hokje.

De politiek heeft vervolgens heerlijk de handen vrij om te vertellen hoe erg ze het allemaal vinden. Met als hoogtepunt de staatssecretaris die, omdat het hier toevallig een asielzoeker betreft een veel grotere straf kan uitdelen dan in vergelijkbare zedenzaken: hij kan betrokkene zijn status onthouden. Enkeltje terug naar een van de meest gewelddadige plekken ter wereld: Mogadishu! Logisch dat Sylvia en haar omgeving blij zijn.

In het boek wordt beschreven hoe Sylvia en Robert de contacten met al degenen die ze in de zaak tegenkomen ervaren. Dat gaat van een dader die een beest en een monster wordt genoemd, via meer en minder prettige contacten naar een enorme klik met de staatssecretaris. Een logischerwijs subjectieve beleving.

Ik heb me wel afgevraagd wat ik van het gedrag van al deze mensen vind, waarvan ik er een aantal persoonlijk en soms al heel lang ken. En ik zeg: het zijn hele gewone huisvaders-en moeders, collega’s en kinderen van hun ouders met het hart op de goede plek. Dat geldt ook voor, bijvoorbeeld, de uitvoerende politiemensen. Zelfs de dader is geen monster maar een mens. Wat hij gedaan heeft is “monsterachtig” en daar is hij verantwoordelijk voor. Maar wat is er in hemelsnaam met je gebeurt wanneer je als mens dit soort geweld gaat gebruiken?

Ik zie de ambtenaren doen wat van ze verwacht en zelfs van ze geëist wordt. En wat voor hen haalbaar is binnen de ruimte die ze hebben of denken te hebben.

Politici huilen met de wolven in het bos en beloven dat dit nooit meer mag gebeuren. Dus gaan ze nieuwe regels en richtlijnen opstellen. En ik voorspel u: dat gaat niets verbeteren. Want het echt e probleem zit hem in de monsterachtige reorganisaties, zoals die van de politie, waarin medewerkers niet meer zelf mogen nadenken en geen bevoegdheden meer hebben. Waarin macht en zeggenschap is gecentraliseerd en uitvoerders nog slechts mogen uitvoeren wat hen wordt opgedragen. Hun werk is hen afgepakt en ze mogen niet doen wat eigenlijk nodig is. Met nieuwe regeldruk vanuit de politiek wordt het alleen maar erger. Overigens is die reorganisatie van de politie door politici, onder andere van de partij van Dijkhoff, ingezet en ze vormen een groot gevaar voor de “menselijke maat”.

Dijkhoff gaat wat mij betreft pas echt iets toevoegen als hij gaat knokken voor kleinschaligheid en politie die dicht bij de mensen reageert op de behoefte in de wijken. Tot die tijd is hij misschien een geweldig aardige en intelligente man. En een talentvolle politicus. Maar verbeterd er niks.

de-jacht-op-mijn-verkrachterDit boek gaat wat mij betreft ook over het individu versus “het systeem”. Je leest hoe kwetsbaar Sylvia is en zelfs langere tijd een behoorlijk gevaar loopt. Sylvia kan zich niet verschuilen of verstoppen en heeft geen bescherming.

Ambtenaren zoals politiemensen, officieren van Justitie, rechters enz. vinden wel een veilig heenkomen in de regels en de protocollen, de collegialiteit en de loyaliteit naar hun organisatie. Daarmee maken ze wel datgene ondergeschikt wat zij in de allereerste plaats aan de belastingbetaler verschuldigd zijn: de veiligheid van inwoners dienen op een effectieve en integere manier. Ambtenaren en politici leggen, als ze al schuld erkennen, de verantwoordelijkheid daarvoor meestal bij derden of “het systeem”. Dat gebeurt ook door alle spelers in deze Hoornse zedenzaak.

Daarbij vergeten deze mensen gemakshalve dat juist zij “het systeem” zijn.

 

Frans Douw

 

 

* Hier een linkje naar relevant CBS-onderzoek en een link naar de factsheet over geweld tegen vrouwen.

https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2016/27/slachtoffers-van-gewelds-en-zedendelicten-2014

http://www.emancipator.nl/wp-content/uploads/2016/05/Factsheet-Geweld-tegen-Vrouwen-1.pdf