De jacht op mijn verkrachter.

Deze week “de jacht op mijn verkrachter” gelezen van Sylvia Veld en Robert Vinkenborg.

Ik heb aan Robert beloofd een reactie te geven. Als ex-gevangenisdirecteur in de regio en voormalig inwoner en gemeenteraadslid van Hoorn ken ik persoonlijk veel mensen die in het boek genoemd worden. Zoals politici, bestuurders, medewerkers van het OM en de politie. Vanuit mijn achtergrond heb ik ook een mening over het functioneren van de overheid en van het Ministerie van V&J in het bijzonder.

Als lezer wordt je indringend geconfronteerd met de beleving van een jonge vrouw die ernstig geweld is aangedaan. Niemand zou met dit soort geweld geconfronteerd mogen worden, ongeacht de situatie waarin dat gebeurt.

Echter: maar liefst 45 procent van de vrouwen zou sinds het 15e levensjaar fysiek en/of seksueel geweld hebben ervaren. Slechts 16 procent van de slachtoffers van een zedenmisdrijf doet aangifte. *

Het is buitengewoon pijnlijk om te lezen hoe er vervolgens met Sylvia en het opsporen van de dader wordt omgegaan. Kennelijk volgen ambtenaren regels en protocollen, hebben te maken met een ineffectieve organisatorische werkelijkheid en met beperkte capaciteit. In bijna iedere regel klinkt de onmacht door om hun werk te doen zoals dat hoort: Sylvia op een professionele, invoelende manier begeleiden en de dader opsporen. Vanaf het moment dat Sylvia over de drempel van het politiebureau komt wordt haar (waarschijnlijk onbedoeld) geweld aangedaan: met de vieze kleding met sporen van de dader naar huis. Ze moet het aanhouden en terugkomen met een tasje met schone kleren. Twee weken bedenktijd voordat aangifte kan worden gedaan. Geen politiemensen die de zaak oplossen terwijl dat heel eenvoudig gekund had. Met een dader wiens locatie steeds bekend is omdat hij Sylvia’s telefoon heeft. Getuigen die wel in beeld zijn maar niet gesproken worden. En nog veel meer: leest u het boek er maar op na!

Het boek roept vooral verontwaardiging op omdat het hier om iemand gaat die slachtoffer is van geweld. Op zichzelf wijkt de handelswijze van de overheid in deze zaak echter niet heel erg af van wat een burger meemaakt in andere zaken waarin ze met overheden of instellingen te maken krijgen, bijvoorbeeld als ze een bouwvergunning aanvragen, onschuldig in voorlopige hechtenis komen te zitten (6000 mensen per jaar, 30 miljoen schadevergoeding) of zorg moeten krijgen . Ambtenaren/functionarissen zijn in grootschalige, complexe organisaties bezig met de vraag of ze rechtmatig (lees: volgens de regels) handelen en niet hoe ze de inwoner/client het best van dienst kunnen zijn.

Naarmate de jacht op de dader vordert gaan Sylvia en Robert escaleren. Naar de pers, het bestuur (van OM en politie) en politiek. De pers is een machtig maar moeilijk te controleren wapen: ze heeft zo haar eigen belangen, zoals het scoren met een primeur. Dan het bestuur, de burgemeester, de hoofdofficier en de korpschef. De laatste twee hebben te maken met een werkvloer die volgens de regels werkt (volgens de rapportages), vervelende persberichten en een politiek klimaat waarin aandacht voor slachtoffers prioriteit nummer een is. Gedoe dus. Ze proberen de geest weer in de fles te krijgen zonder hun personeel te hoeven afvallen. En de burgemeester geeft slechts door wat zijn aanspreekpunten hem vertellen. Ieder zijn rol, ieder zijn eigen hokje.

De politiek heeft vervolgens heerlijk de handen vrij om te vertellen hoe erg ze het allemaal vinden. Met als hoogtepunt de staatssecretaris die, omdat het hier toevallig een asielzoeker betreft een veel grotere straf kan uitdelen dan in vergelijkbare zedenzaken: hij kan betrokkene zijn status onthouden. Enkeltje terug naar een van de meest gewelddadige plekken ter wereld: Mogadishu! Logisch dat Sylvia en haar omgeving blij zijn.

In het boek wordt beschreven hoe Sylvia en Robert de contacten met al degenen die ze in de zaak tegenkomen ervaren. Dat gaat van een dader die een beest en een monster wordt genoemd, via meer en minder prettige contacten naar een enorme klik met de staatssecretaris. Een logischerwijs subjectieve beleving.

Ik heb me wel afgevraagd wat ik van het gedrag van al deze mensen vind, waarvan ik er een aantal persoonlijk en soms al heel lang ken. En ik zeg: het zijn hele gewone huisvaders-en moeders, collega’s en kinderen van hun ouders met het hart op de goede plek. Dat geldt ook voor, bijvoorbeeld, de uitvoerende politiemensen. Zelfs de dader is geen monster maar een mens. Wat hij gedaan heeft is “monsterachtig” en daar is hij verantwoordelijk voor. Maar wat is er in hemelsnaam met je gebeurt wanneer je als mens dit soort geweld gaat gebruiken?

Ik zie de ambtenaren doen wat van ze verwacht en zelfs van ze geëist wordt. En wat voor hen haalbaar is binnen de ruimte die ze hebben of denken te hebben.

Politici huilen met de wolven in het bos en beloven dat dit nooit meer mag gebeuren. Dus gaan ze nieuwe regels en richtlijnen opstellen. En ik voorspel u: dat gaat niets verbeteren. Want het echt e probleem zit hem in de monsterachtige reorganisaties, zoals die van de politie, waarin medewerkers niet meer zelf mogen nadenken en geen bevoegdheden meer hebben. Waarin macht en zeggenschap is gecentraliseerd en uitvoerders nog slechts mogen uitvoeren wat hen wordt opgedragen. Hun werk is hen afgepakt en ze mogen niet doen wat eigenlijk nodig is. Met nieuwe regeldruk vanuit de politiek wordt het alleen maar erger. Overigens is die reorganisatie van de politie door politici, onder andere van de partij van Dijkhoff, ingezet en ze vormen een groot gevaar voor de “menselijke maat”.

Dijkhoff gaat wat mij betreft pas echt iets toevoegen als hij gaat knokken voor kleinschaligheid en politie die dicht bij de mensen reageert op de behoefte in de wijken. Tot die tijd is hij misschien een geweldig aardige en intelligente man. En een talentvolle politicus. Maar verbeterd er niks.

de-jacht-op-mijn-verkrachterDit boek gaat wat mij betreft ook over het individu versus “het systeem”. Je leest hoe kwetsbaar Sylvia is en zelfs langere tijd een behoorlijk gevaar loopt. Sylvia kan zich niet verschuilen of verstoppen en heeft geen bescherming.

Ambtenaren zoals politiemensen, officieren van Justitie, rechters enz. vinden wel een veilig heenkomen in de regels en de protocollen, de collegialiteit en de loyaliteit naar hun organisatie. Daarmee maken ze wel datgene ondergeschikt wat zij in de allereerste plaats aan de belastingbetaler verschuldigd zijn: de veiligheid van inwoners dienen op een effectieve en integere manier. Ambtenaren en politici leggen, als ze al schuld erkennen, de verantwoordelijkheid daarvoor meestal bij derden of “het systeem”. Dat gebeurt ook door alle spelers in deze Hoornse zedenzaak.

Daarbij vergeten deze mensen gemakshalve dat juist zij “het systeem” zijn.

 

Frans Douw

 

 

* Hier een linkje naar relevant CBS-onderzoek en een link naar de factsheet over geweld tegen vrouwen.

https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2016/27/slachtoffers-van-gewelds-en-zedendelicten-2014

http://www.emancipator.nl/wp-content/uploads/2016/05/Factsheet-Geweld-tegen-Vrouwen-1.pdf

 

 

 

Advertisements

Onschuldig vast!

victoire“Hey Frans,” roep ik, als een man naar een groepje mensen met pamfletten en borden fietst. De aldus aangesprokene draait zich om en roept verbaasd: “Frans, jij hier?”. Het is 14 december 2017, plaats van handeling: de ingang van de Tweede Kamer. En ik sta net als Frans zijn groepje te demonstreren, samen met twee andere gepensioneerde gevangenisdirecteuren. Frans Zwanenburg is een leeftijdsgenoot en werkt al ruim dertig jaar bij de reclassering. We kennen elkaar als (aangetrouwde) familie en zijn beiden al ons hele werkzame leven bezig met werken aan herstel. “Herstel” als in: voor alle betrokkenen na een delict. Maar vandaag demonstreren we allebei voor de vrijlating van een politieke gevangene. Frans en zijn clubje voor een in Rwanda gedetineerde vrouw. Victoire en haar drie in Nederland woonachtige kinderen zijn kennissen van hem. Mijn collega ’s en ik demonstreren voor de vrijlating van iemand die wij kennen als een van onze voormalige gedetineerden: Huseyin Baybasin! “De Nederlandse Dreyfus-affaire,” leg ik aan Frans uit.

ask-dreyfus-affair-Alfred_Dreyfus-E

Eind 1894 werd de Joods-Franse legerkapitein Alfred Dreyfus veroordeeld voor spionage voor Duitsland. Hij werd voor het leven verbannen naar Duivelseiland, voor de kust van Frans-Guyana. Al snel blijkt dat de bewijzen voor een groot deel gefabriceerd zijn door de geheime dienst zelf, met medeweten van de legerleiding. De officier Picquart ontdekt het bedrog. Het laatste onderhoud tussen minister Billot en Picquart wordt als volgt beschreven: „Nee, nee, nee!” Billot schudt zijn hoofd. „U heeft het uitdrukkelijke bevel om u niet met Dreyfus te bemoeien naast u neergelegd. U heeft zich als een spion in uw eigen departement gedragen. Ik zou nu een ordonnans kunnen roepen en u op beschuldiging van insubordinatie naar de gevangenis kunnen laten afvoeren.” Er wordt dus niet naar kolonel Picquart geluisterd, sterker nog: hij wordt overgeplaatst naar Noord-Afrika. Dan schrijft Emile Zola zijn beroemde pamflet “J’Accuse”. De aanklacht van Zola begint zo: „Kunt u zich voorstellen dat generaal Billot en de generaals Gonse en De Boisdeffre al een jaar weten dat Dreyfus onschuldig is, maar die verschrikkelijke wetenschap voor zichzelf hebben gehouden? En die lieden kunnen ’s nachts slapen, en ze hebben vrouwen en kinderen die ze liefhebben! Kolonel Picquart daarentegen heeft zich als een eerlijk man van zijn plicht gekweten. Hij drong bij zijn superieuren aan, in naam van de gerechtigheid.” Vanaf dat moment keert het tij, zij het langzaam. Dreyfus wordt teruggehaald van Duivelseiland en krijgt een nieuw proces. Hij wordt weer schuldig bevonden, maar krijgt een lichtere straf. Pas in 1906, 12 jaar na zijn veroordeling, wordt hij volledig gerehabiliteerd.

“Pick your battles”, is best een verstandig advies. Als hardwerkende zestigers en familiemensen is het ondoenlijk om voor elk schrijnend onrecht de straat op te gaan. Maar voor Frans is het onschuldig opsluiten van een waardevolle en unieke vriendin de grens van wat hij kan accepteren. En dus een reden om in beweging te komen. Al zeven jaar demonstreert hij samen met de anderen voor haar vrijlating. Eerst elke donderdag, nu eens per twee weken.

Victoire Ingabire is Rwandese, maar heeft 17 jaar in Nederland gewoond. Ze studeert hier en werkt daarna bij een internationaal opererend bedrijf. Zij sluit zich aan bij de democratische oppositiepartij genaamd ‘Republikeinse Rally voor Democratie in Rwanda’. Later wordt zij voorzitter van deze partij die wil bereiken dat de genocide en de andere oorlogsmisdaden tegen de menselijkheid, die voor, tijdens en na 1994 in Rwanda plaatsvonden, zullen worden veroordeeld. Victoire wordt aangewezen als officiële presidentskandidaat voor de verkiezingen van augustus 2010 en keert terug naar Rwanda.

Tijdens haar verblijf benadrukt zij dat er tijdens de genocide ook Hutu’s slachtoffers waren en dat die na de genocide veelal uit de weg zijn geruimd door de Tutsi-leger. Zij krijgt in april 2010 huisarrest vanwege deze verklaring. Op 14 oktober 2010 wordt Victoire gearresteerd op verdenking van haat zaaien en steun aan extremisten. President Kagame geeft aan bewijsmateriaal hiervoor te hebben gevonden in haar huis in Nederland. De Nederlandse justitie heeft haar woning doorzocht. Er worden dan alleen banktransacties gevonden naar een neef in Rwanda, die geld nodig had voor zijn studie en naar een stichting waar Victoire bij betrokken was. De dictator Kagame beweert dat het gaat om financiële steun aan terroristen. Nederland helpt deze Kagame dus ondanks rapporten van o.a. Amnesty International, waarin de Rwandese regering ervan beschuldigd wordt haar politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. Er is heel kort ophef over de huiszoeking in de Tweede Kamer, omdat een minderheid vind dat de doorzoeking een schending is van mensenrechten. Rwanda wordt politiek echter gekoesterd als een voorbeeld voor heel Afrika door haar economische vooruitgang. Dat de mensenrechten in dit land ernstig worden geschonden is minder relevant. Als “het nieuwtje er vanaf is” verliezen ook de media elke interesse. Victoire zit nog steeds vast en op 7 januari 2014 schrijft ze een brief naar de Tweede Kamer, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Hierin vraagt zij of Nederland wil opletten dat haar proces in Rwanda eerlijk zal verlopen. In antwoord op de brief heeft Nederland haar vraag met een “ja” bevestigd, maar tot de dag van vandaag is geen actie ondernomen.

huseyin

Voor mij gaat de zaak Baybasin ver over de grens van wat ik kan accepteren. Ik bedoel: onomkeerbaar levenslang is een straf die vergelijkbaar is met de doodstraf: een schending van de Rechten van de Mens. Maar dat iemand die straf in Nederland onschuldig en op basis van gemanipuleerd bewijs opgelegd kan krijgen zet mij in beweging. En net als Frans ken ik de betrokken persoon persoonlijk. Ook dat maakt verschil.

 

Een advocaat heeft om herziening van een vonnis (van het Gerechtshof) gevraagd bij de Hoge Raad. Met het adviseren aan de Hoge Raad hierover is advocaat-generaal Mr. Diederik Aben belast.

De betreffende man, Huseyin Baybasin genaamd, is veroordeeld op basis van opgenomen telefoongesprekken, zogenaamde taps. Daarbij speelt ook de vertaling van de in het Engels en Koerdisch gevoerde telefoongesprekken een belangrijke rol. Baybasin zou, aldus het openbaar ministerie (OM), 2 maal telefonisch opdracht gegeven hebben aan handlangers om iemand te vermoorden en hij zou per telefoon leiding hebben gegeven aan een grote heroïne-deal. Aanleiding voor het OM te beweren dat Baybasin de leider is van een criminele organisatie en delicten pleegden die zijn weerga niet kennen. De strafeis “levenslang” wordt door het Hof in Den Bosch bevestigd en resulteert in een reeds 19 jaar durende detentie.

De verdediging voert aan dat er met de telefoontaps is geknoeid. Dat dit mogelijk is is overigens al lang bekend. De vertalingen uit het Engels en het Koerdisch door rechtbanktolken stemmen bovendien niet overeen met de werkelijke uitgesproken tekst. De verdediging voert tal van feiten aan die de tot het vonnis leidende argumenten van het OM in twijfel trekken.

Baybasin, een zakenman onder andere handelde in auto’s, sprak overigens nooit letterlijk over “vermoorden”, maar sprak volgens het Openbaar Ministerie in codetaal, bijvoorbeeld wanneer hij opdracht gaf om “een auto te verkopen of te kopen”: daarmee zou hij hebben bedoeld: “vermoorden”.

 

Advocaat-generaal Diederik Aben dook zes jaar (!) in de zaak en kwam onlangs met een 1730 pagina’s groot rapport waaruit zou moeten blijken dat Baybasin toch schuldig was.

Ton Derksen, de man die meerdere gerechtelijke dwalingen aan het licht bracht (o.a. Lucia de B. en de Puttense Moordzaak) had al eerder in zijn boek “Verknipt bewijs” wetenschappelijk aangetoond dat de taps corrupt waren. Hij las het advies van Aben en kwam tot de verbijsterende conclusie dat die advocaat-generaal niet kan redeneren of welbewust verkeerd redeneert. Zo zou Baybasin een keer gezegd hebben: “make him call”, hetgeen abusievelijk vertaald werd met “maak hem koud”. Dat dit een fout is, erkent Aben, maar volgens hem wordt er toch bedoeld ‘een bezoekje brengen om hem te liquideren’. Drie keer een niet-letterlijke interpretatie, stelt Derksen vast. Derksen toont aan dat Aben zijn eigen waarheid maakt door expres fout te interpreteren, zaken weg te laten of te manipuleren. Het staat in het onlangs verschenen nieuwe boek van Derksen: “Rammelende argumenten voor de Hoge Raad!”.
In dit boek fileert Derksen de argumentatie van de Advocaat-Generaal. Derksen stelt vast dat de advocaat-generaal ‘zeven immuniserende strategieën’ gebruikt.
Derksen: ‘Dat betekent dat je je argument zo structureert dat je gelijk gegarandeerd is. Denk aan de weerman die zegt: morgen regent het of morgen regent het niet. Onafhankelijk van het weer weet hij dat hij gelijk gaat krijgen.’
Zo bevestigt Aben de eerdere aanname van het OM dat Baybasin bijna altijd ‘in code’ praat. Inderdaad spreekt hij soms over ‘een plaats in het midden van het land’. ‘Maar dat is geen reden om te zeggen dat hij met een vreedzame discussie wel eens een moord zou kunnen bedoelen, indien er verder geen enkele aanwijzing voor die moord is, en zeker wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat het niet over een moord gaat,’ schrijft Derksen.

Wanneer een cruciale interpretatie van de Koerdische taal aan orde komt, diskwalificeert Aben de conclusie van een internationaal gerenommeerd en van geboorte Koerdisch dialect sprekende hoogleraar Koerdische taal, die door verdediging wordt geraadpleegd. Hij stelt diens mening tegenover die van enkele door hem geraadpleegde tolken over een essentieel stukje tekst. Aben past de redenering toe dat een getalsmatige meerderheid (van 3) rechtbanktolken, waarvan sommige het Koerdisch dialect niet machtig zijn, opweegt tegen de mening van een internationaal erkende expert. Ook andere geraadpleegde experts, die ontlastende bewijzen aanvoeren worden gediskwalificeerd. Bijvoorbeeld deskundigen, zoals een oud tapkamermedewerker, een fabrikant van de tapkamerapparatuur en de forensische afdeling van PWC (PriceWaterhouseCoopers) beweren dat er sprake kan zijn of sprake was van manipulatie van de taps, worden deze door Aben op pseudo-wetenschappelijke gronden onderuit gehaald.

 

Het draait in de drie aangehaalde zaken om herstel van het aperte onrecht van gestraft worden zonder valide bewijs. Bij de affaire Dreyfus is het onrecht aangetoond en geadresseerd en kon iedereen verder met zijn leven. Dreyfus kreeg zelfs zijn baan in het leger terug. Ook van Victoire zullen veel mensen wellicht aannemen dat ze onschuldig vastzit. Een beetje de “ver van mijn bed-show”: ach ja, die ontwikkelingslanden…..We kunnen simpel wegkijken door onze humanitaire en politieke verantwoordelijkheid niet te nemen.

Bij de Oer-Nederlandse zaak Baybasin zitten we nog midden in de ontkenningsfase. Van het concrete onrecht dat onomstotelijk is en voor ons op tafel ligt. En van het feit dat het dienen van politieke en bestuurlijke belangen of zelfs het in stand willen houden van reputaties ook in ons land belangrijker is dan het beschermen van de Rechtstaat.

Herstel is nog niet in zicht. “Volgende week demonstreren we weer! Zelfde tijd, zelfde plaats.” ”Goed idee, Frans”. “Tot dan, Frans!”.

 

 

Documentaire op NPO: Bewaarders Je leert een land pas goed kennen als je een gevangenis bezoekt.

PI

Vorige week was de documentaire “Bewaarders” op de televisie. Een cameraploeg heeft een jaar lang gefilmd in de nieuwe megagevangenis PI Zaanstad en op sociale media lees ik dat personeel erg blij is met het resultaat. Een lid van het managementteam nodigt me uit op Linkedin om te kijken. Gisteren gedaan, via “uitzending gemist”. Waarom is men toch zo blij met deze documentaire? Ik kijk vooral als breed georiënteerde inwoner van dit land naar “Bewaarders”. Een gedetineerde is veel meer dan de daad waar hij van wordt verdacht. Hij is zoon, vader, partner, buurman collega en nog veel meer. En een bewaarder is zeker niet alleen bewaarder. Zo zie ik mezelf ook. Ik ben naast vele andere rollen ook oud-gevangenisdirecteur. Een gevangenis is een gesloten systeem, sterk hiërarchisch met een extreem machtsverschil tussen personeel en ingeslotene. Elke gevangenis, waar ook ter wereld, neigt naar depersonalisering van personeel en gedetineerden, machtsmisbruik en corruptie. Negatief voorbeeldgedrag top-down heeft een zeer destructieve impact op de werkvloer. Ik bedoel: de gedetineerden hebben wel een punt vind ik. Niet zo raar om hen over hun bedreigde ziel te horen spreken. Een beleefde man noemt het “alleen zijn met mijn hart!”. Een ander vertelt over zijn trauma’s: vader weg, iemand die in zijn armen is gestorven. En voegt er aan toe dat hij “streetwise” is en manipuleert. Een ander roept dat hij uit een wijk komt waar ik woonde. Misschien werkte hij wel in de supermarkt waar ik kwam of ontmoette ik hem op het schoolplein van ons beider kinderen? Een ander mag kiezen: “isoleercel of met een vreemde op cel”. Hij zegt dat-ie nog slechts verdachte is. Een serieus punt, zeker in het Europese land waar de meeste verdachten vrijgelaten worden zonder dat zij veroordeeld konden worden. In een rechtstaat heet dat: “onschuldig”. Dus: hoezo met twee op een cel? En in internationale standaarden zoals de Mandela Rules en de European Prison Rules die Nederland heeft ondertekend is afgesproken dat twee-persoonscellen ongewenst zijn. Het maakt niets uit: in deze gevangenis moet je door een gedragskundige “psychisch gestoord” worden verklaard om een eenpersoons-cel te bemachtigen. Het percentage daadwerkelijk psychotische gedetineerden in gevangenissen ligt tussen de 3 en 5 procent van de populatie. Ze treden wel altijd op in documentaires, dus ook in deze. Gedetineerden worden “onberekenbaar” genoemd. Dat zegt iets over de relatie tussen personeel en gedetineerden. Als personeel en gedetineerde de kans zouden krijgen om elkaar te leren kennen en voorspelbaar voor elkaar worden ontstaat er veiligheid. Een bewaarder zegt dat je nooit “persoonlijk” met een gedetineerde moet worden. Wat zou het fijn zijn als hij en de gedetineerden elkaar als unieke persoonlijkheden zouden kunnen ontmoeten, beiden wellicht vader, sportliefhebber en mens en elkaars rol in de huidige situatie respecterend. Een vrouwelijk personeelslid speelt gedetineerde bij een IBT-oefening. Is toch anders dan bij een echte gedetineerde. Waarom? “We kennen jou allemaal.” We zien de worsteling met een “afglijdende” gedetineerde. Bewaarders voelen zich onvoldoende deskundig om daar mee om te gaan. Er lijkt ook weinig ruimte om er mee om te gaan, wat voor vertrouwen op te bouwen, voor menselijke aandacht. Een bewaarsters heeft van collega ‘s gehoord dat ze een agerende gedetineerde met gelijke munt moet terugbetalen en roept dat hij niet zo’n “grote bek” tegen haar moet hebben. De situatie escaleert volledig. Het gevangeniswezen wil de zelfredzaamheid bevorderen, gedetineerden moeten hun zaakjes zelf regelen. De bewaarders zien dat dat niet lukt. “Gedetineerden zijn soms net kleuters”. Het is zelfredzaamheid zoals we dat in de samenleving ook vaak zien: je moet het zelf en alleen kunnen of zelf in staat zijn anderen in te schakelen om je te helpen. Dus niet een situatie waarin gestimuleerd wordt dat bewaarders elkaar helpen, gedetineerden elkaar ondersteunen, bewaarders en gedetineerden met elkaar een voor iedereen leefbaar klimaat kunnen creëren. Alles voor de winnaars, niets voor de “afvallers”. Geen “samen-redzaamheid” waarin iedereen mee kan komen. Een bewaarder vertelt bang te zijn dat de directie op camerabeelden gaat checken of hij een fout heeft begaan. Hij zegt: “Ik ben bang.” Collega’s willen er niks over zeggen met de camera er bij. De bewaarder zegt: “Er staat nergens dat de directie dat mag. Wij worden dan net zo als de gedetineerden: en dan is er geen vertrouwen meer.” Een bewaarder zegt: “Ik praat met niemand over wat ik hier meemaak. Nooit. niemand weet dat ik hier werk, alleen mijn broer!”. Een gedetineerde zegt:” Ik werk aan niets mee, maar houd me wel aan de huisregels!” Een oudere bewaarder begeleid een jongeman die kennelijk wat minder verstandelijk begaafd is. Hij wil zijn moeder bellen om te vragen hoe laat ze hem naar de zorginstelling zal brengen. De bewaarder praat op de jongen in om zijn moeder uit te laten praten. Dat doet hij. Moeder is knorrig tegen hem, maar ze komen tot een afspraak. “Zie je wel dat het lukt?”, zegt de bewaarder. Vlak voordat de jongen weggaat draait de directie de plaatsing terug. “Zo maak je mensen gek!” zegt de bewaarder. Later gaat de jongen toch weg. De bewaarder geeft hem een knuffel. Heel persoonlijk, heel professioneel. Alleen in een sfeer van ruimte, vertrouwen en aandacht kun je effectief met mensen werken. Als je zoals dat zoals deze man kunt in een omgeving waar wantrouwen, controle en beperkingen de overhand hebben dan ben je een hele, hele goeie. Een oude moeder komt op bezoek. Blijkt niet te worden toegelaten door de portier: ze staat niet op de lijst. Weer een top-bewaarder: hij kijkt samen met de gedetineerde wat er is gebeurt: het systeem heeft een fout gemaakt. Hij doet zijn best om het alsnog te regelen, het kan alsnog van half vier tot half vijf. De gedetineerde zegt: ”Mijn moeder is op leeftijd, loopt al vanaf 12 uur rond de inrichting, ik kan haar dat niet aandoen. Kan ik nu niet even, om haar te zien al is het maar tien minuten!”. De bewaarder stuurt hem snel naar het bezoek en belt zijn collega dat de gedetineerde er aan komt. Het antwoord is dat een dergelijke wijzigingen minstens een uur tevoren moet worden doorgegeven. Dus zal de man worden teruggestuurd. “Ik weet zeker dat hij bij het bezoek helemaal uit zijn plaat gaat!”, zegt de bewaarder verdrietig. Als dat gebeurt dan vind het personeel van de bezoekafdeling deze man misschien wel heel onberekenbaar: ”hij begon ineens met stoelen te gooien!”. Waarom is men toch zo blij met deze documentaire? Ik denk omdat het heel realistisch laat zien in wat voor situatie zij moeten zien te overleven. Een stuk erkenning voor hen. “Elk jaar gaat er een stukje van mezelf af”, zegt een bewaarder. Treffender kan hij het effect op alle betrokkenen bij dit politieke pronkstuk van het vorige kabinet niet omschrijven. “Bewaarders” laat wat mij betreft bovendien een stukje praktijk zien dat representatief is voor ons land. Een land waar de “systeemwereld” en de systemen de “mensenwereld” van de bewaarders en gedetineerden dreigt over te nemen. Waar de “zelfredzamen” gescheiden worden van de mensen die “verward”, verstandelijk beperkt of zich in justitiële, financiële of andere problemen bevinden. Met alle respect (zonder enige reserve) voor directie en medewerkers van PI Zaanstad hoop ik dat deze detentie-vorm sneller achterhaald zal worden dan haar voorganger, de Bijlmerbajes. Wat mij betreft gaan we zonder treuzelen terug naar nabije en toegankelijke, kleinschalige en in de samenleving geïntegreerde gevangenissen, scholen en zorginstellingen. Mijn gedachten gaan daarbij speciaal uit naar kinderen en partners van de mensen in de gevangenis.

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/425204/2doc.html

Herstellingen 1

Herstellingen! Ik kijk ut het raam over de weilanden tussen Westzaan en Amsterdam. Een vlucht opstijgende ganzen vliegt rakelings over. Na veertig jaar in jeugdinrichtingen, forensische klinieken en gevan-genissen gewerkt te hebben stopte ik anderhalf jaar geleden. Ik heb mijn draai in dit “nieuwe leven” gevonden maar dat duurde even. Moest dingen een plek geven, verwerken. En wennen aan al die dingen die ik niet meer moet, tenminste: als ik mezelf dat toesta. Natuurlijk blijf ik altijd een ex-gevangenisdirecteur en betrokken bij alles wat met delict, straf, herstel en terugkeer te maken heeft. En ik mis soms de dynamiek van het werk en het vele plezier dat het mij gaf. Maar daar is veel voor in de plaats gekomen. Mijn herstel is niet dat mijn leven “gerepareerd” is. Het is eerder dat ik dingen kan loslaten die ik niet kan veranderen en niet wordt belemmerd om met plezier ver-der te gaan. Mijn vriend Nanon Mckewn Williams is opgesloten in de Ramsey Unit in Houston. In de cellen lekt het. Ze zijn ijskoud in de winter en bloedheet in de zomer. Bij het bezoek zitten de rijen gedetineer-den en bezoekers tegenover elkaar, gescheiden door glas met een klein spreek-roostertje. Als het buiten regent dan stroomt het water door de bezoekruimte en worden gedetineerden aangerukt om het weg te dweilen. Toen ik pas op bezoek was het noodweer buiten en viel ook de stroom nog uit. Toen orkaan Harvey onlangs haar verwoestende werk gedaan had steeg het water in de cellen. Pas toen het tot aan het middel van de gedetineerden en het personeel stond gingen de deuren met grote moeite open en werden de gedetineerden geëvacueerd naar een gevangenis elders. Daar was gebrek aan alles: ruimte, voedsel, geen post, geen winkel en geen bezoek. De situatie werd zo nijpend dat velen van ons, ook ik vanuit Nederland, de directeur hebben gebeld om aan te dringen op het zorgen dat gedetineerden wat eten en postzegels konden kopen. Intussen zit in Nederland de Koerd Huseyin Baybasin een levenslange gevangenisstraf uit. Zijn veroordeling is uitsluitend gebaseerd op door de Turken aangeleverde telefoontaps waarvan in-middels door professor Ton Derksen is aangetoond dat ze gemanipuleerd en “verknipt” zijn. Er is een vreemde connectie met de zaak Demmink, de topambtenaar die in Turkije kinderen zou heb-ben misbruikt. Het OM werd meermalen verplicht om deze zaak uit te zoeken, maar getuigen ver-dwenen of overleden en de Turkse overheid werkte niet mee. Een zaak met een politieke dimensie en opeenvolgende bewindslieden riepen dat Demmink onschuldig was en beriepen zich op hun verschoningsrecht (Fred Teeven). Tot na zeven jaar “studeren” Aben van de Hoge Raad met be-hulp van dubieuze adviseurs tot de conclusie kwam dat het revisie van het vonnis niet nodig was. De onschuldig veroordeelde Huseyin blijft dus onomkeerbaar levenslang houden. Nanon Mckewn Williams werd ook veroordeeld voor een delict dat hij niet heeft gepleegd. Na tien jaar op death row sprak de rechter hem vrij. De Staat ging in beroep en de straf werd omgezet in levenslang. Nanon kan niet meer in beroep want om de druk op het systeem te verlichten kan de rechtbank dat zonder opgaaf van redenen weigeren. Nanon zit nu bijna dertig jaar vast. Hij heeft drie Master-degrees gehaald, vele boeken geschreven en hij maakt prachtige sieraden. Hij is woedend, verdrietig en opstandig geweest, maar zet nu al zijn energie om in positiviteit. Hij heeft herstelprogramma’s ontwikkeld en begeleid medegedeti-neerden in het positief omgaan met hun situatie. Helpt ze om een goed medemens in de gevange-nis te zijn. Leert ze ontdekken dat je ook vanuit de gevangenis een goede zoon, broer, partner en vooral vader kunt zijn voor je dierbaren buiten. Een aantal jaren geleden heb ik mijn vriend voorgedragen voor de Internationale Justice and Re-demption Award. In de schitterende kathedraal van Manchester werd Nanon ten overstaan van honderden mensen in smoking en baljurk uit 120 genomineerden gekozen tot winnaar. Zelf zat hij in zijn cel, maar ik zond zijn moeder, Lee, het linkje met het filmpje van het event. Ze huilde van trots en toen Nanon haar belde beschreef ze hem elk detail! Huseyin Baybasin is een kleine, beschaafd sprekende man. Hij is altijd correct en heeft nog nooit een poging gedaan om te ontsnappen. Hij straalt wel gezag uit en geniet het respect van gedeti-neerden en personeel. Hij is een leider en daar kan niet elke gevangenisdirecteur mee omgaan en er is altijd sprake van monitoring vanuit Den Haag. Als men hem te “aanwezig” vind dan wordt steevast het beeld gecreëerd van een gevaarlijk iemand en word hij overgeplaatst naar een streng regime. Hij vormt echter geen enkel gevaar, leeft voor zijn familie en voor het ideaal van een onaf-hankelijk Koerdistan. Zijn vrouw en kinderen wonen in Engeland en hebben veel contact met hem. De kinderen zijn inmiddels volwassen, goed opgeleid en hebben goede banen. Als je Huseyin in de ogen kijkt dan zie je een trotse, intelligente man die met succes waakt over het belangrijkste bezit van elk mens: zijn/haar trouw aan zichzelf en zijn dierbaren en zijn/haar in-tegriteit. Babaysin is hersteld. Hij draagt zijn lot en zijn trauma’s met overtuiging. Van diverse Amerikaanse gevangenisdirecteuren hoorde ik dat het niet mogelijk is om collegiaal contact te hebben met een Texaanse collega. Texas is de staat waar de meeste veroordeelden door de overheid worden vermoord en de directeuren zijn niet vrij om zich ergens over uit te spre-ken. Toch heb ik in de loop der jaren zowel twee opeenvolgende directeuren van Death row kun-nen ontmoeten alsmede de directeur van de Ramsey-unit. Vooral de laatste is een intelligente, relatief jonge man. Niet perse voorstander van de doodstraf en iemand die voelt hoe zwaar de ge-volgen zijn van de massale opsluiting en de doodstraf. Natuurlijk is hij een volstrekt loyaal onder-deel van het systeem: anders zou hij daar niet kunnen werken. Maar hij zoekt naar manieren om, als dat veilig kan, dingen beter te maken. En dat doet hij ook. Hij laat Nanon lesgeven aan andere gedetineerden en geeft hem tijd in de werkplaats. Hij zei: “Nanon is een bijzonder mens, een voorbeeld voor anderen. Maar ondanks dat weet ik dat er een stukje in zijn brein is waar ik geen toegang toe heb. En daar zou zich iets kunnen afspelen wat gevaarlijk is.” Ik antwoordde: “dat onbekende stukje hebben mijn kinderen en kleinkinderen ook. Zelfs ikzelf verras mezelf regelmatig met iets wat ik denk, zeg of doe. Wat mij betreft is het niet het belangrijkste om je kinderen en je gedetineerden te vertrouwen. Het gaat om het vertrou-wen in je eigen gevoelens en gedachten over hen. En het zelfvertrouwen om daarnaar te hande-len.” We spreken af contact te houden en uit te blijven wisselen. In de Nederlandse wet staat dat aan een gedetineerde niet meer beperkingen opgelegd mogen dan strikt noodzakelijk om hen binnen te houden en de orde en rust te handhaven. Bovendien moet de schade beperkt worden en moet hij in de gelegenheid gesteld worden om zich voor te bereiden op terugkeer in de samenleving. Om die orde en rust wordt aan gedetineerden talloze beperkingen opgelegd die niets met die orde en rust te maken hebben. Ook een zo ‘normaal” mogelijk contact met dierbaren is essentieel evenals communicatie met de buitenwereld. Professor Miranda Boone en professor Frans Koenraadt deden onderzoek naar het leefklimaat in Justitiële inrichtingen en noemen de bezoekmogelijkheden “uiterst sober” vergele-ken met andere Europese landen. En het bellen van je kinderen rond bedtijd? Een Oekraïense gedetineerde die ik sprak dwong via het Europese Hof af dat hij zijn mobiel overdag op cel mag houden. In Nederland gaan gedetineerden daarvoor de strafcel in. Justitie heeft een uitgekiend PR-beleid waarbij gedetineerden en/of hun stem niet herkenbaar in de media verschijnen. Dat is om slachtoffers te beschermen, maar ook in alle gevallen waarbij daar-van geen sprake is wordt geen toestemming verleend. Uiteraard is een medium dat de DJI-welgevallige boodschap laat zien wel welkom. Zoals “Buch in de Bajes”: “wat doen jullie toch zwaar werk met onmogelijk moeilijke mensen!”. In Amerika kan elke gedetineerde een “media-visit” ontvangen waarbij hij gefilmd en gehoord mag worden. Daar waar Nederlandse inrichtingen een plaats van herstel zouden moeten zijn ontbreekt de ruimte om daar vorm aan te geven. Directeur Tom van de Ramsey-Unit en gedetineerde Nanon kennen elk hun eigen uitdagingen. Als je er een beetje vanaf de buitenkant naar kijk lijkt het of Nanon veel meer barrières in zijn leven heeft moeten nemen dan Tom. En toch is hij nog steeds onschuldig opgesloten en rijd Tom elke avond terug naar zijn gezin. Nanon is echter een vrije geest , sterk en hersteld en Tom lijkt pas net op weg naar herstel en worstelt met de beklemmende structuur van het Texaanse Justitie-systeem. Ik merk dat ik geen seconde twijfel aan het vermogen van Nanon om orkaan Harvey te overleven. Tom zie ik in gedachten onderweg met zijn enorme pick-up-truck het moeras inschui-ven, de witte stetson afgewaaid dobberend naar de open zee…….. (Frans Douw, voormalig gevangenisdireteur en voorzitter bestuur Stichting Herstel en Terugkeer).

Ontmoeten, delen, herstellen. Toon Walravens Frans Douw

1. Inleiding

2. De gevangenis.

3. Wat verstaan we onder herstel?

4. De Stichting Herstel en Terugkeer • Hoe zit het met rollen?

5. De Ontmoetingsdag

6. Waarom Herstel en Terugkeer van slachtoffer, dader, achterblijver?

7. Wat doet de Stichting Herstel en Terugkeer Internationaal • Wat zien we internationaal?

8. Tenslotte Kaders: Frans Toon website   Titel: Ontmoeten, Delen, Herstellen

1. Inleiding

De woorden “Herstel” en “Gevangenis” lijken zich moeilijk tot elkaar te verhouden, tenzij met herstel vergelding of het handhaven van wet of norm wordt bedoeld. Als het gaat om herstel van datgene wat beschadigd is, herstel van de relatie tussen de dader en het slachtoffer, zijn en haar familie, andere betrokkenen, en de samenleving als geheel .. dan kan gevangenisstraf de vervreemding en uitsluiting bevorderen. Wij, Toon en Frans, waren gedetineerde en directeur maar zijn beiden ook slachtoffer, dader, redder, helper, vakman, leider, zoon, vader, broer, buurman, volger, echtgenoot, minnaar, sportman, ontdekkingsreiziger en nog veel meer. We hebben gestolen en geweld gebruikt en waren slachtoffer van gijzeling, mishandeling en misbruik. We hebben liefgehad en geholpen en gehaat en slecht gedaan. Een slachtoffer is meer dan degene die machteloos geweld heeft ondergaan en de dader meer dan alleen zijn soms gruwelijke delict. Velen zijn zowel slachtoffer als dader. Wij richtten in 2012 de Stichting Herstel en Terugkeer op. Om alle betrokkenen in Nederland bij elkaar te brengen: directeuren, slachtoffers, (ex-)gedetineerden, werkers in de keten zoals wijkagenten, vrijwilligers, gevangenispersoneel, officieren van justitie, maar ook de achterblijvers en andere professionals. Met “de gelijkwaardige ontmoeting” als manier om de ander als mens te ervaren. Over hoe men elkaar zou kunnen versterken, hoe men herstel kan bevorderen en zo de samenleving meer veilig en leefbaar te maken. En af te rekenen met beelden en rollen die het herstel blokkeren en het geweld laten voortbestaan. Systemen lijken soms in beton gegoten, vast te zitten. Als je kijkt naar de balans tussen geïnvesteerde euro’s in veiligheid en de maatschappelijke opbrengst zou je moedeloos kunnen worden. In dit artikel vertellen wij over waarom wij vinden dat aandacht voor Herstel cruciaal is. Om te beginnen in de setting van de gevangenis. Daarna leest u wat wij verstaan onder herstel. We vertellen u over wat we doen tijdens de jaarlijkse Ontmoetingsdag van de stichting Herstel en Terugkeer. Hoe we internationaal verbonden zijn. Vanuit welke perspectieven en rollen we werken en leven. Wij zien veel mogelijkheden om systemen waarin we werken, te verbeteren. Dat dat soms lastig is weten we als geen ander. We vertellen u graag hoe wij denken dat Herstel onderdeel kan worden van ons dagelijks handelen. Wij zijn ervan overtuigd dat aandacht voor Herstel kan leiden tot een veiliger detentie en ook een veiliger en prettigere samenleving.

2. De gevangenis.

De gevangenis is een repressief systeem, bedoeld om mensen binnen en onder controle te houden. De gevangenis is daarom ook een plek die uiterst gevoelig is voor destructieve tendensen. Er is sprake van een extreem machtsverschil tussen degenen die zijn ingesloten en hen die opsluiten. De neiging tot het toepassen van ongeautoriseerd geweld, corruptie, misbruik van zwakkeren en een tendens om de ander niet meer als een uniek mens te zien depersonaliseren liggen op de loer, in elke gevangenis in de wereld. Zij die zijn ingesloten kunnen hun eigen autonomie en verantwoordelijkheid niet uitoefenen en kunnen zich opstandig of juist passief en afhankelijk gedragen. Personeel kan hen zien als mensen met minder kwaliteiten en zelfs als minderwaardig, gericht op het veroorzaken van problemen. Het bestrijden van de negatieve gevolgen van het opsluiten en het doen voorbereiden op terugkeer in de samenleving is, afgezien van het simpele “binnenhouden” de belangrijkste taak van de directeur. In het meest ideale geval is hij of zij in staat de samenwerking tussen gedetineerden en personeel te bevorderen en moedigt hij/zij gedetineerden aan om actief te worden en de regie over hun eigen bestaan terug te nemen. De directeur dient mogelijkheden te creëren om gedetineerden een actieve, positieve bijdrage te laten leveren binnen de muren en hen er op voor te bereiden die constructieve houding ook na detentie te laten zien. Daarvoor is herstel nodig en een veilig klimaat. En alhoewel de gevangenis natuurlijk vooral gericht is op controle, of als u wilt “georganiseerd wantrouwen”, zou het gevangenispersoneel de gedetineerden niet moeten benaderen als een subversief en veelal incompetent volkje. Zij kan de gedetineerd ook uitnodigen om te laten zien wat hij kan en hem uitnodigen minder te focussen op beperkingen. En gedetineerden zouden moeten worden aangesproken op gezonde deel in plaats van hun pathologie. Iets positiefs kunnen bijdragen helpt om te herstellen. Zeker wanneer dat gepaard gaat met de inzet van ervaringsdeskundigheid: lotgenoten die leren zichzelf en elkaar te helpen. Een gevangenis wordt tegenwoordig vaak “een bedrijf” genoemd en als directeur ben je “filiaalhouder” . Belangrijke “kengetallen” betreffen het aantal incidenten, het arbeidsverzuim en het financiële resultaat. Het is belangrijk om regels en protocollen goed te laten uitvoeren en als filiaalhouder wordt je geacht in houding en gedrag te laten zien dat je vertegenwoordiger bent van de overheid. Boodschappen als: “de gevangenis is geen hotel” en “kijk eens wat voor moeilijk werk wij doen met zeer moeilijke mensen” verhouden zich lastig tot uitingen als: “Het lukt ons om binnen de muren een stimulerend en positief klimaat te creëren” en “verwelkom deze gedetineerde straks als uw nieuwe buurman of collega!”. De directeur voert niet alleen het beleid van de regering uit, maar wordt ook dagelijks geconfronteerd met de dilemma’s van de politiek. De mededeling dat een ex-gedetineerde terugkeert naar zijn woonplaats kan heftige reacties oproepen. En de wijk-of gebiedsteams van de gemeenten gaan er nog lang niet van uit dat een ex-gedetineerde gewoon een inwoner is, veelal met een gezin die vaak geen extra aandacht nodig heeft. Soms heeft hij, net als veel inwoners “gewone” bemoeienis op een of meer levensgebieden nodig. En soms is echt bijzondere aandacht nodig. En zijn er specialisten van, bijvoorbeeld, reclassering, forensische instellingen, psychiatrie, zorg- en vrijwilligersorganisaties die al in een vroeg stadium betrokken zijn bij het zogenaamde detentie-en reintegratie-plan. Een gevangenis is een incident-en politiek-gevoelige, bureaucratische organisatie waar bovendien sprake is van een toenemende bedrijfsmatigheid. Dat lijkt niet de ideale omgeving om te innoveren. Dat vraagt om mensen die ondanks alle belangen, processen en risico’s de ruimte maken om samen met anderen buitengewone dingen te doen. En ruimte voor vernieuwing te maken, ook als collega’s, functie, taakomschrijving, organisatie(cultuur) en leidinggevenden nog niet echt mee lijken te werken. Binnen DJI werken altijd al een aantal “baanbrekers”. Zowel in de gesloten settingen en op bijzondere afdelingen als in de minder of zeer beperkt beveiligde inrichtingen en de Penitentiaire Trainingscentra lieten zij sinds jaar en dag zien dat er veel meer mogelijk is dan uitsluitend opsluiten. Ondanks het afschaffen van een aantal van dat soort regimes hebben zij op diverse plaatsen in het land met succes pilot-projecten ingericht. Daarin hebben gedetineerden het vertrouwen gekregen om het onderhoud van de gevangenis te doen, te koken en producten te verbouwen, een vertaalservice op te zetten, honden te trainen en samen met bedrijven producten voor de arbeid te ontwikkelen. Ze geven voorlichting en begeleiden andere gedetineerden op de onderwijsafdelingen en het re-integratiecentra. Er is zelfs een pilot met langgestraften op een afdeling zonder permanente personeel! Dit zijn ontwikkelingen die door de jaren heen veel enthousiasme hebben geoogst, maar die zowel binnen als buiten de gevangenis ook tegenkrachten oproepen. Het bevorderen van “herstelgevoeligheid” of “herstelbewustzijn” in het algemeen tussen mensen is enorm belangrijk. Soms is deskundige begeleiding cruciaal: bijvoorbeeld daar waar dader en slachtoffer van een ernstig delict elkaar ontmoeten. In de gevangenis vinden steeds meer slachtoffer-dader-gesprekken plaats. Begeleid door Slachtoffer in Beeld die geweldig en professioneel werk verrichten. Soms vindt een gesprek na zeven jaar na het delict plaats, soms nog veel later. Sommige slachtoffers en daders zijn zo moedig dat we er stil van worden. Bijvoorbeeld Jacques en Wanda Beemsterboer wier dochter Nadine met tientallen messteken werd omgebracht door haar ex-vriend. Zij hadden een goed gesprek met de dader en vader is daarna als reguliere bezoeker blijven komen. De dader heeft de moed getoond zich open te stellen, voorbij zijn eigen angst en schaamte. Het echtpaar, actief met de Nadine-foundation, ontving de Recht van Spreken Award van onze Stichting Herstel en Terugkeer en de dader wordt binnen de gevangenis ondersteund bij zijn herstel. http://www.nadinefoundation.nl

3. Wat is Herstel?

Herstel is een proces, geen eindpunt of doel. Herstellen is een houding, een manier om de dag en de uitdagingen die ik tegenkom onder ogen te zien. Mijn herstel betekent dat ik weet dat ik bepaalde beperkingen heb en dat er dingen zijn die ik niet of minder goed kan. Maar in plaats van dat me dat tot wanhoop drijft en aanleiding is om op te geven, heb ik geleerd dat ik, juist door te weten wat ik niet kan, ook de mogelijkheden zie van alles wat ik wel kan. 1993, Patricia Deegan De Amerikaanse Patricia Deegan werd op haar zestiende schizofreen verklaard. Zij noemt zichzelf een gezond persoon met een handicap. Herstel is dus een begrip dat ontstaan is binnen de cliëntenbeweging van de psychiatrie, verslavingszorg en zelfhulpnetwerken. Onder Herstel verstaan we: een intens, grillig, de worsteling (en), soms pijnlijk en altijd uniek proces. Herstel vindt plaats in elke situatie en context. Definitie van Herstel-ondersteuning Ondersteuning van Herstelprocessen vanuit de zorg noemen we Herstel ondersteunende zorg. Dit concept is in ontwikkeling. Een telkens terugkerend thema is dat er ruimte en respect nodig is voor de individuele, subjectieve ervaring van het Herstelproces. Herstel ondersteuning wordt gekenmerkt door het scheppen van ruimte voor empowerment, ervaringskennis en het groeien van een eigen verhaal. Andere kenmerken van Herstel ondersteuning zijn aandacht voor het accepteren en verwerven van steun van anderen en het ondersteunen van het herwinnen van regie over het eigen leven. Herstel en Herstel ondersteuning vindt plaats op een aantal levensterreinen die staan voor verschillende aspecten van het bestaan en de daarbij behorende normen en waarden. Die aspecten zijn persoonlijke identiteit/zingeving, gezondheid, dagelijks functioneren en maatschappelijke identiteit/rol functioneren. De belangrijkste ondersteuningsvorm hierbij is de mens Kenmerken van Herstel ondersteuning voor de ondersteuner:

1. Heeft een attitude van hoop en optimisme

2. Is present (aandachtig aanwezig)

3. Gebruikt zijn ondersteunende referentiekader op een terughoudende en bescheiden wijze

4. Maakt ruimte voor, ondersteunt bij het maken van, en sluit aan bij het eigen verhaal van de gedetineerde

5. Herkent en stimuleert het benutten van eigen kracht van de gedetineerde (empowerment) zowel individueel als collectief

6. Erkent, benut en stimuleert de ervaringskennis en eigen deskundigheid van de gedetineerde mens

7. Erkent, benut en stimuleert de ondersteuning door belangrijke anderen en is gericht op het verlichten van lijden en het vergroten van eigen regie en autonomie Herstel is namelijk van mensen Niet van cliënten, gevangenen, dak en thuislozen, et cetera. Mensen herstellen van situaties die zij in het dagelijks leven mee maken. Herstel zie je terug tijdens kortdurende processen en tijdens ernstig ontwrichtende levens situaties. Herstel hoeft absoluut niet te leiden naar genezing. Herstel is (nieuwe) inzichten krijgen, het besef dat je meer bent dan een gedetineerde. Sommige zijn vader of moeder, hadden hobby’s, wellicht hadden zij een baan, maakten deel uit van een sportvereniging, et cetera. Gedetineerd zijn is voor de meesten tijdelijk van aard (op een kleine groep na) en maar een klein deel van de gehele persoon. Juist de gevangenis bied een omgeving om Herstelprocessen op te starten. Herstel is een continuproces dat over gevangenismuren heen kan gaan. Het is niet meer van deze tijd dat het gevangeniswezen mensen helemaal op zichzelf terugwerpt. Het dagelijkse leven mag niet getekend worden door abstracte structuren of niveaus. We moeten mensen blijven vragen hoe het met hen gaat, of ze nog contact hebben met het thuisfront of belangrijke anderen, vraag ze of ze nog wel eens een brief naar huis schrijven of een vriend of vriendin bellen, vraag hen hoe het met de gezondheid is, wat hen bezig houd, juist in een gebroken wereld zoals de gevangenis. De laatste jaren hebben we een kleine positieve verschuiving meegemaakt binnen het gevangeniswezen. Millimeter werk maar de opening is juist groot genoeg om deze nieuwe herstelbeweging op gang te houden. Herstel bestaat niet uit ÉÉN JUISTE WEG VOOR ALLEN. Wat werkt voor de ene persoon, kan en hoeft niet te werken voor een ander. Wat de een Hoop geeft kan voor de ander hopeloosheid oproepen. Het is en blijft maatwerk, gevangen zijn geen eenheidsworsten. Herstel is niet te vangen in methodieken! Herstel start diep van binnen, pas als men de mens van binnen raakt komt er een proces op gang en verandert langzaam de blik naar buiten. Herstel is afhankelijk van het individu, van unieke wensen, verlangens, behoeften, ideeën over welzijn, het leven en niet willen leven. Gericht op keuzevrijheid van de persoon en de mogelijkheden deze te benutten. Uitgaan van het eigen vermogen en groeimogelijkheden en de context. Daar horen uiteraard ook normen en waarden bij. Rehabilitatie methodieken zoals de Individuele Rehabilitatie Methodiek (IRB) of Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen ( SRH) zijn mooie manieren om mensen tijdens hun Herstel te ondersteunen. Deze manieren zetten de mens en zijn omgeving Centraal! Ook het personeel kan deze principes hanteren binnen de eigen werkzaamheden. Het zal hun werkzaamheden ook aangenamer maken en terugbrengen naar de basis, contact op basis van menselijk contact. In een gecontroleerde en beheersmatige omgeving is juist Herstel belangrijk. Een mens Herstelt het best in een gezonde omgeving (onder welke omstandigheden dan ook). Bij Herstel hoort regie krijgen en nemen. Binnen het eigen vermogen en verantwoordelijkheid voor wat men doet of gedaan heeft. Mensen hebben mensen nodig om te kunnen herstellen. Er is meer in het leven dat ons mensen met elkaar verbindt dan wat ons verwijderd. Dan moeten we wel (durven) openstaan voor elkaar. Herstelgerichte detentie vraagt van alle betrokken partijen o.a. om: Hoop, geloof, gelijkwaardig en even-waardigheid, moed, doorbreken van oude gewoontes, openheid, vertrouwen, vaardigheden, et cetera. Welke afkomst, overtuiging, verleden en/of ervaringen ook, met z’n allen behoren we tot één grote gemeenschap met een toekomst. En waar mensen zijn, behoren Herstel en verzoening tot de mogelijkheden, met inbegrip van het meningsverschil dat nu eenmaal bij het leven hoort. Elke voelbare vooruitgang, al lijkt deze nog zo klein, is een overwinning. Het interessante van Herstel is: we hebben allen hetzelfde doel, met bij elk mens een eigen richting. Dit geeft een mooie afwisseling. Het gevangenissysteem zou kunnen ondersteunen tijdens het herstelproces door gevangenen te leren verbinding aan te gaan met zichzelf en hun omgeving, leren de regie te durven nemen en anderen te volgen, zich te openen en te vertrouwen, laten we mensen ondersteunen bij rouw en verlies en dergelijke. Verhalen hebben de kracht om mensen in beweging en tot dialoog te brengen! Laten we bij conflicten en disbalans, daar waar mensen pijn en onrecht ervaren, met elkaar in gesprek gaan. Niet weg te lopen of in wrok te blijven hangen om daarna instanties in te schakelen en elkaar te bevechten. In de gevangenis zie je steeds meer herstelactiviteiten en bemiddeling bij conflicten. Dat geldt voor gedetineerden onderling, ervaringsdeskundigen, PIW-ers die bemiddelen bij beklag zaken, vertrouwenspersonen, mensen die de opvang doen na calamiteiten enzovoorts. Het meer zichtbaar maken van al die inspanningen en het meer bewust gebruiken van de mogelijkheden daarvan zou al een grote stap voorwaarts zijn! Kijk naar de Hersteltrainingen die opgezet zijn vanuit de ervaringsdeskundige wereld zoals: Herstel vanuit je Cel, Herstel begint van binnen naar buiten, Herstel voor achterblijvers en belangrijke anderen. Waarom is het zo belangrijk om als mens je verhaal compleet te hebben en te delen? 1. Door ons verhaal te vertellen claimen we ons verleden (schept overzicht in je identiteit) 2. Door ons verhaal te vertellen en door te luisteren naar verhalen van anderen zien we onze eigen ervaringen in een breder perspectief (je leert te reflecteren) 3. Verhalen vertellen verbindt ons met anderen en de omgeving (betekenissen) 4. Het vertellen van ons eigen verhaal geeft een helend effect (kan herstel bevorderend werken voor jezelf en je omgeving) 5. Verhalen delen helpt ons nieuwe manieren te vinden en om te gaan met onze problemen (geeft hoop en toekomstperspectief) 6. Door ons verhaal op een juiste manier te vertellen worden we zelf een rolmodel voor anderen (iets terugdoen voor anderen zet mensen nog meer in hun eigen kracht)

4. De Stichting Herstel en Terugkeer

Vier jaar geleden maakten wij kennis met No-Offence, een Engelse stichting die alle betrokkenen bij het proces van Herstel en Terugkeer bij elkaar bracht. In tegenstelling tot wat er in Nederland veel gebeurt sprak men met elkaar: directeuren, slachtoffers, (ex-)gedetineerden, achterblijvers en professionals. Over hoe men elkaar zou kunnen versterken, hoe men herstel kan bevorderen en zo de samenleving meer veilig en leefbaar te maken. No-Offence was uniek in Engeland en zelfs in de wereld. Wij, Toon en Frans, en velen met ons, werden hierdoor geïnspireerd. Dus richtten wij in 2012 de Stichting Herstel en Terugkeer op. Om alle betrokkenen ook hier in Nederland bij elkaar te brengen. Met “de gelijkwaardige ontmoeting” als manier om de ander als mens te ervaren. En af te rekenen met beelden en rollen die het herstel blokkeren en het geweld laten voortbestaan. Hoe zit het met rollen? Elk aangedaan onrecht, elk toegebracht kwetsuur en iedere beschadiging vraagt om herstel in welke vorm dan ook: vergelding, boetedoening, vergeving. Onrecht doen we vaak vanuit het onrecht dat ons is aangedaan. En we geven het onrecht door aan onze omgeving en van generatie op generatie. Dezelfde handen die hebben gedood bewerken de aarde en worden liefdevol op het hoofd van een kind gelegd. De moeder huilt om haar zoon in de gevangenis, het slachtoffer ziet de onmacht en de pijn van de dader. De directeur neemt het besluit iemand in de isoleercel te plaatsen en vraagt zich af of hij recht doet. De dochter van een ingeslotene wordt gepest op school en moet piep-vrij door een detectiepoort om haar vader te bezoeken. Wij zien het zo: iedereen is meer dan zijn rol of datgene wat hem/haar is overkomen of wat hij of zij heeft gedaan. Iedereen heeft recht van spreken. Het bevorderen van herstel lukt niet door onpartijdig aan de kant te staan en niet te kiezen. Ook een keuze voor uitsluitend de dader of het slachtoffer helpt niet. Slechts “meerzijdige partijdigheid” dus nadrukkelijk er voor kiezen dat het belang van iedereen op tafel, komt bevordert duurzaam herstel. Zodat niet alleen het slachtoffer, niet alleen de dader maar ook de achterblijver en andere direct betrokkenen zoals de professional en de samenleving als geheel verder komen.

5. De Ontmoetingsdag

Plotseling klinkt luide muziek, het licht dimt en op een groot scherm flitsen beelden voorbij. De muziek stopt, het licht gaat aan en op het podium staat een jonge vrouw: “Soms ben ik Emma de kunstenaar, dan Emma van de dode vader, dan Emma met de zieke moeder, dan Emma die van zelfgemaakte soep houdt, dan Emma de oppas, dan Emma die in London woont, dan Emma die van roze nagellak houdt, dan Emma die bruine ogen heeft, dan Emma de drukte maker en soms Emma die het liefste stil de rest van de wereld observeert. En vandaag ben ik Emma het slachtoffer”. De Ontmoetingsdag, die drie keer plaatsvond, begint altijd met getuigenissen. Een jonge vrouw die van haar fiets is gesleurd, vijf uur lang werd vastgebonden en verkracht. Een dader die vertelt dat zijn herstel begon in de inmiddels gesloten bajes waar de ontmoetingsdag wordt gehouden. Een politieagente die in elkaar is geslagen. Een PIW-er die vertelt over zijn vertrouwen dat werd beschaamd. En hoe hij daarna toch het gesprek met de gedetineerde opnieuw aanging. De moeder van een zoon die jaren vastzat. De vrouw die gebeld werd dat haar zus vastzat en dacht dat ze in de file stond. Een vrijwilliger. Een rechercheur. Een overvaller. De zaal is gevuld met 150 gasten. Gasten met in het dagelijks leven verschillende rollen: wijkagent, vrijwilliger, PIW- er, scholier en zoon van een (ex)gedetineerde, jongerenwerkers, officier van justitie, werkzoekend (ex) gedetineerde, gevangenisdirecteur. We vragen de zaal: ben hier als jezelf, niet in functie, gewoon als mens. Na de getuigenissen gaat iedereen in 12-15 groepen uiteen en zit in een kring. En in die kring vindt de ontmoeting plaats. Zonder voorzitter, met een vel papier met een aantal vragen. Hoe zal het aflopen? Een PIW-er hoort het verhaal van de moeder van een gedetineerde. De dader luistert naar een slachtoffer. Het slachtoffer hoort het verhaal van het kind van een gedetineerde. De officier van justitie luistert naar een ex-gedetineerde. De korpschef luistert naar een vrijwilliger. De groep bespreekt met elkaar: wat betekent herstel voor jou, wat kun je doen om de ander verder te helpen. En wat kan de ander voor jou betekenen. Iedereen heeft recht van spreken. Niemand is minder waard dan een ander. De dag wordt georganiseerd door mensen uit alle verschillende betrokken groepen. Gedetineerden maken de lunch, ervaringsdeskundigen uit een TBS- kliniek wijzen de weg naar de diverse ruimten. Twee ervaringsdeskundigen doen een Rap. Peter Faber treedt op, samen met “het tuig uit Amsterdam-Noord”. En dan zijn er de prachtige Recht van Spreken Awards, gemaakt door Tbs-gestelden in kliniek de Woenselse Poort. Voor de ouders van een vermoorde jonge vrouw. De slaapwacht van een Exodushuis, voorgedragen door bewoners. Een PIW-er. Een echtpaar, verslaafd en gedetineerd geweest, die zich nu voor anderen inzetten. Een ex-gedetineerde die anderen begeleidt in het re-integratiecentrum van de gevangenis. Het kind van een vader die jaren gedetineerd zat neemt de Award in ontvangst voor zijn moeder die hem steeds meenam naar het bezoek. 6. Waarom Herstel en Terugkeer van slachtoffer, dader en achterblijver? Herstel heeft voor elk individu hetzelfde uitgangspunt: Herstellen doe je zelf, maar kun je en hoef je niet alleen. Het begint bij het verwoorden van wat je als mens nodig hebt, (of je nu dader, slachtoffer, achterblijver of professional bent). Professionele kennis en wetenschappelijke kennis, kunnen niet zonder de pijler ervaringskennis. Elke pijler kan op de eigen manier een bijdrage leveren tijdens dit proces. De kracht van Herstel zit in de eenvoud en openstaan voor jezelf en de ander. Herstel kan mensen met mensen verbinden door het delen en inzetten van ervaringen van alle partijen. Tijdens de Ontmoetingsdag (en bijeenkomsten gedurende het jaar met gemengde groepen) zien we dat deze manier mensen verbindt. Door het delen van verhalen zie je dat kracht, eigen veranderingen en oplossingen van mensen aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Herstelverhalen nodigen slachtoffer, dader, professionals, achterblijvers uit tot creatieve, moedige en vernieuwende bewegingen. Alle deelnemers gaan geïnspireerd naar huis, levens veranderen door deze dag. Herstel middels deze ontmoetingen is voor slachtoffers, daders en achterblijvers geen brug naar iets nieuws. Je gaat terug naar de basis: contact maken op basis van menselijk contact. Dat is het vertrekpunt. Juist door de dialoog tussen alle betrokkenen ontstaat er iets unieks. Het gaat in eerste instantie niet om de oplossing zelf, maar om het meedenken, inspraak hebben en luisteren tijdens het ontmoeten. Wat onze bezoekers meenemen naar hun leven en hun werk verzamelen we achteraf. En delen we weer via de website. Op deze wijze kunnen we duurzaamheid bieden naar toekomstgerichte en toekomstbestendige wegen. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Echter, het proces van Herstel geeft ‘hoop en kracht’ om intrinsieke motivatie en eigen inzicht te vinden. Inzicht om de verharding binnen elk mens los te weken. Want ook de professional voelt zich geregeld gevangen in alle procedures en processen. Aandacht voor Herstel middels deze ontmoetingen, leert betrokken partijen af te tasten waar de ander anders in is en wat hij of zij nodig heeft om verder te komen met zichzelf en anderen. Dominerende, negatieve krachten en patronen die alom aanwezig zijn kunnen we zo het hoofd bieden. Iedereen, in welke rol dan ook, is gebaat bij herstel en een goede terugkeer in de maatschappij. Terugkeer ook van het slachtoffer, en de achterblijvers van zowel slachtoffers als daders. Ook professionals realiseren zich op onze Ontmoetingsdag welke versterkende rol zij hebben in het proces. En dat ook zij mogen herstellen van leed en verdriet. Dialoog en ontmoeting hebben een inzichtgevende en helende werking voor allen.

7. Wat doet de Stichting Herstel en Terugkeer Internationaal

Frans is sinds eind negentiger jaren betrokken bij kennisuitwisseling met buitenlandse gevangenissen en forensische klinieken. Rusland, Georgië, Oost-Europa, de Caraïben en inmiddels ook Engeland en de VS. Toon kreeg de Internationale Redemption and Justice Award van No-Offence omdat hij een rolmodel is, enorme persoonlijke problemen overwon, maar ook voor zijn tomeloze inzet voor vele anderen. In 2014 is de internationale Award gewonnen door Nanon Mckewn Williams, vriend van Toon en Frans en schrijver van het boek: “The Darkest Hour, Shedding the Light”. Toon is inmiddels actief als expert in vele Europese landen via de Raad van Europa. Het Netwerk van de Stichting is nu wereldwijd en zij organiseerde samen met internationale partners Prison Action Day (https://www.youtube.com/watch?v=iuvz6Z2VtXo). Wat zien we internationaal? Elke gevangenis in de wereld is uiterst gevoelig voor destructieve tendensen. In een gevangenis kun je zien hoe de samenleving buiten is. Je ziet de onderdrukking, armoede, discriminatie en uitsluiting terug in de gevangenissen en strafkampen. De harde, maar sociale gedetineerdengemeenschap in Russische gevangenissen, de oorlogen van iedereen tegen iedereen in de Amerikaanse. De uitzichtloosheid van de situatie op de Antillen. En het op rehabilitatie gerichte Scandinavische systeem. Ook binnen landen ziet men extreme verschillen. In Engeland zie je bijvoorbeeld de oude gevangenissen, repressief en somber. Maar ook hoopgevende voorbeelden van gedetineerden die zinvolle arbeid verrichten en door “peers” begeleid worden bij hun terugkeer in de samenleving. Veel kennisuitwisseling is georganiseerd tussen landen en wordt vaak uitgevoerd door NGO ’s. Er is sprake van hoge kosten en een afnemend draagvlak voor dit soort projecten. Dit ondanks het feit dat veel landen worstelen met een toename van de gevangenispopulatie, besmettelijke ziekten en geweld in gevangenissen en ernstige schade bij gedetineerden, hun families, het personeel en de samenleving als geheel. Door van elkaar te leren kunnen gevangenissen, landen en systemen internationaal van elkaar leren. Helder is ook dat dat anders moet, meer gericht op herstel en terugkeer. Daarvoor zouden hen die het meest te maken hebben met de gevolgen van de detentie een stem moeten krijgen en worden gehoord. Mensen die slachtoffer van een delict zijn geworden, zij die opgesloten zijn of waren, vrijwilligers, achterblijvers, zoals de partners, kinderen en andere familie van gedetineerden. En de uitwisseling zou plaats kunnen vinden via sociale media, Skype, videoconferencing. En in plaats van in dure hotels zouden deelnemers aan dit soort projecten bij wederzijds bezoek en kennismaking kunnen logeren bij anderen. Of gebruik kunnen maken netwerken zoals het bekende “couchsurfing”. Een gelijkwaardige ontmoeting, ook internationaal, tussen alle belanghebbenden is verre van gebruikelijk maar lijkt ons een uiterst krachtige manier om een meer humane en herstelgerichte benadering en herstelrecht te bevorderen. 8. Tenslotte De woorden “Herstel” en “Gevangenis” lijken zich moeilijk tot elkaar te verhouden, tenzij met herstel vergelding of het handhaven van wet of norm wordt bedoeld. Wij zijn vier jaar geleden buiten de instituties om begonnen met het bij elkaar brengen van betrokkenen. Mensen uit alle geledingen, “van hoog tot laag” worden hierdoor geïnspireerd en geven aan dat de ontmoetingen bijdragen aan herstel en bewustwording. Wij gaan hiermee door, samen met de vele honderden mensen die inmiddels actief deelnemen. De gevangenissituatie ook een uitgelezen kans bied op bezinning, bewustwording en herstel. Daarvoor is het nodig dat er in de gevangenis een milieu ontstaat waarin gedetineerden uitgenodigd worden om zich van hun goede kant te laten zien, zich te rehabiliteren en aan hun herstel te werken. Wij zullen bereid moeten zijn gedetineerden te zien als gelijkwaardige mensen, (gecontroleerd en bewust) ruimte en vertrouwen te geven en kansen te bieden om zich als mens te ontwikkelen. We hebben geleerd hoe je veel meer naast de persoon met de problemen kon staan en hem/haar ruimte kon geven en kon ondersteunen om steeds meer eigen regie te nemen, hun eigen verhaal te maken, hun kracht te herontdekken, van hun eigen ervaringen te leren en weer met hoop te gaan bouwen aan hun eigen toekomst. Kortom: om in hun eigen herstelproces te raken en daarin verder te komen. Deze Herstelgerichte manier van denken, kijken en werken heeft ons sindsdien niet meer verlaten. Integendeel: wij hebben er voor gezorgd dat er vervolgens op diverse werkplekken binnen het justitieel werkveld steeds meer verdieping gekomen is. Herstelgerichte bemiddeling en interventies komen het beste tot hun recht als het integraal onderdeel uitmaakt van het geheel binnen de instelling en DJI. De laatste jaren wordt op diverse plaatsen in ons land en daarbuiten steeds duidelijker dat het werken volgens de uitgangspunten van ‘herstel’ veel meer is dan een modeverschijnsel of dan een marginale ontwikkeling. Op meerdere plaatsen wordt er inmiddels vanuit gegaan dat we in de gevangenissen in een paradigmaverandering (een fundamentele verandering) terecht aan het komen zijn, waarbij het tot nu toe dominante paradigma van repressief, vergelding en beheersing losgelaten zal gaan worden en het paradigma van herstel daarvoor in de plaats komt.

Kaders

Frans

Ons gezin bestond uit elf mensen en was liefdevol, maar er ging ook veel mis. Op foto ‘s zie je een mollig, scheelziend jongetje met een rond brilletje. Tijdens mijn jeugd werd mij onrecht aangedaan en kreeg ik soms meer te verduren dan het kind dat ik was aankon. Maar ik deed in mijn pubertijd ook veel anderen pijn. Ik werd twee keer van school gestuurd, werd diverse keren opgepakt en ging werken en het huis uit toen ik zestien was. Herstellen van mijn jeugd deed ik zelf, maar ik kon dat niet alleen. Ik herstelde door anderen te helpen en te leren open te staan voor steun en liefde. Op mijn twintigste werd ik groepsleider in een observatiehuis voor pubers die verwaarloosd waren, mishandeld en verlaten. Kinderen die zondebok geworden waren en “weg moesten”.Het werk met deze jongens hielp me mijn schuld af te lossen en te leren ontvangen. Frans Douw is vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichtingen in Heerhugowaard en bestuursvoorzitter van de Stichting Herstel en Terugkeer. Hij werkt sinds bijna veertig jaar in jeugdinrichtingen, forensisch psychiatrische voorzieningen binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen en is directeur sinds 1988. Hij is internationaal op vele fronten actief sinds 1999 . Naast diverse bestuurlijke functies is Frans ook politiek actief, als gemeenteraadslid en justitieel expert.

Toon Een ontwrichte jeugd, geestelijke en lichamelijke verwaarlozing doet bijzondere dingen met je. Jong kwam ik in een bijzonder jeugd internaat. Ik voelde me niet meer de moeite waard en hulp vragen lukte niet. Mijn familie leefde in de “ik ” vorm. Zo kwam het mede tot isolement en geestelijke beschadiging. In alle stilte leefde ik mijn leven met een diep verlangen naar aandacht, liefde, je begrepen voelen. Het bleef uit, van verdriet naar wanhoop, van hopeloos naar boosheid. Weglopen, de onrust zit in je organen. Een echte zorg-mijder, zoekend naar iemand die helpt overzicht te scheppen in de kluwen van problemen. Hopend dat het anders zou worden, “een ander leven”. Waar te beginnen. Het is de mens en geen methodiek die mijn leven positief gekanteld heeft, een leven gepaard met drugsgebruik, criminaliteit en gevangenis. Tien jaar ondersteund in mijn Herstelproces door een ervaringsdeskundige. Als een meester met zijn gezel gingen we door het leven. Mijn herstel liet mij inzien dat ervaringen grote leermeesters zijn met veel rijkdom en ongekende schoonheid. Het waren mensen die mij leerden van mezelf en anderen te houden. Toon Walravens is o.a. ervaringsdeskundig beleidsmedewerker bij forensische kliniek De Woenselse Poort. Grondlegger van twee Herstelbureaus binnen de forensische/TBS zorg. Oprichter van Walravens Zorgadvies voor betrokkenen rondom detentie. Hersteldocent bij de Rino Groep, medebestuurder van de Stichting Herstel en Terugkeer. Meer Europees actief in 2015. Winnaar van de Internationale Redemption & Justice Award 2013. Werkzaam in een werkgroep http://lfpc-cost.eu/ voor de Raad voor Europa. 18 landen die elkaars forensisch en TBS systeem nader bekijken. Hoe het komt dat mensen in de langdurige intensieve zorg niet meer in beweging zijn. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel. Website: http://www.herstelterugkeer.nl

presentation shape centre

A Story of Recovery. Today I visited my friend Tee. He is on death row for 40 years now. “I come from a very dark place. I know that. Violence, poverty, drugs: when I was already in here when my brother was stabbed and shot to death and my dearest sister and her daughter where both brutally murdered. I am absolutely certain that there is no chance today that I would get myself in the sort of situations in which I came when I was seventeen years old, let alone killing a human being. When I came to Death row I thought: this horrible place is not who I am. I murdered a man but a part of me always refused to stay on death row. I never slept in the bunk. I sleep on the floor: that is as close as I can get to my personal space on earth and stay with myself. And forty years ago I started to climb this steep mountain. Went higher and higher and over won heavy weather, not to pass barriers. It was hard, painful and I suffered and felt exhausted along the way. But along that same steep slopes I found love, recovery, dignity and pride. Today I feel that I am a rich man and I cherish and share the treasures I found along this tough, impassable roads.” The driving question behind my ambitions is: how can one support recovery in society, or in a secured environment like a prison or forensic psychiatric hospital? I asked myself this question over and over again, together with a lot of other people. I talk about it with the so-called perpetrators or former incarcerated people, people who are considered victims, people often suffering from trauma and all the people around them: children, partners, parents, neighbours, colleagues and professionals from inside and outside the prison. I am a ”recovered man’. Like all of us I couldn’t grow up without people doing injustice to me and me doing wrong to others. Recovery in my view is nothing more and nothing less then dealing with harm and injustice. I do not mean, “repairing it” or “making it go away”. I am talking about finding a way to deal with it to be able to go on with our life. That is how I became an adult. Until a certain level of course, because recovering is an activity which takes our whole lifetime. You have to do it yourself, and one cannot do it without others. How did I recover? More precisely: how can a human being discover from injustice and a misbalance in his life? My experience is that there are three things we al need: space, trust and sincere attention. Space as in: room to find our own unique way in life, being able to experiment, to make mistakes and learn from them. And trust. We need people who trust us, believe in our good intentions and our capacities and are willing to give us the benefit of the doubt. People who trust us to a level that they want to give us a chance. And we need attention: others, who see, feel and hear us and who are seriously interested in the person we really are. Who are connected and stay connected for a longer period of time. It works for me and I experienced that that’s exactly what works for incarcerated people, psychiatric patients, slightly retarded people and addicts, It works for children, grandparents, here and in the Netherlands. We all need the same medicine to recover. To gain the life we choose to live. Question is: how important do we consider the life of incarcerated persons with an addiction? Lets finish my introduction. As a child I was kicked out of school two times and I left my parental home when I was sixteen. At the age of 20, I started working with juveniles (1975) and in forensic psychiatry from 1980. Between 1988-2015, I was director of several houses of detention, prisons for men and woman and director of the Forensic Psychiatric Centre of the Dutch Prison System. My last position was as a warden of several penitentiary institutes for long-term (including life-time) incarcerated persons. For over 15 years, I’ve been involved in international knowledge exchange projects within the scope of incarceration and human rights with Russia, former Soviet-countries, Great Britain, the Caribbean and the USA. Ten years ago a former incarcerated guy who became my friend and I started the foundation of recovery and return, bringing victims, perpetrators, families and professionals together to restore what had been broken. Simple central question all those people ask each other: is: what can I do to contribute to your recovery?” In my thirty years of being a prison warden I fought the destructive tendencies which are automatically connected with the closed and repressive character of a total institution like a prison or forensic hospital. I mean: locking somebody up is the easiest part and just a simple twist of the wrist. But a warden has to fight depersonalization, corruption, abuse of power and unauthorized violence and he or she has to try to protect vulnerable inmates and make room for an atmosphere, a community in which detention-damage diminishes and people can prepare themselves for their return into society. That is important because we have to fight recidivism and want to prevent damage in the future. As a warden bettering the perspective of children of incarcerated people is a main goal. Making the prison a “place of recovery” helps a lot. I had the opportunity to do a pilot in a prison for long-term and lifetime incarcerated people. The political assignment was: create a secure, self-reliant community in which incarcerated people have as much responsibility as possible in maintaining the building, learning and teaching, develop products in the prison-workshop, growing food and in general: make a cheaper prison which is less expensive and more effective in terms of rehabilitation then the average Dutch prison. Can you imagine: they allowed me to invite staff and inmates to use their creativity and talents to make a more positive and inspiring place of their department. Staff: taking their work back instead of just following orders and inmates: do whatever is possible to make your stay in prison as valuable as possible, considering your health and your future opportunities to get work, take care of your family and obtain a place to live. Staff and incarcerated people started with 25 projects. I told them that they stayed responsible for the realisation of their own project and me, as a director, I positioned myself as their sponsor, advisor and supporter. They built several big greenhouses, laid gardens and designed and produced new and very successful products in the metal shop, laid ponds with big fishes on the premises, started training dogs and became the only prison in the Netherlands in which all the prisoners cook their own meals in self-formed groups. We also became the only prison in the Netherlands in which incarcerated people could keep their own mobile phones in their cells. We even founded a department of very long-term and lifetime sentenced people who created their own department without a daily presence of the staff. A famous Dutch writer wrote an article about this experiment, which is translated in English and Russian. You can find it via the link: https://fransdouw.wordpress.com/2016/09/29/a-dutch-prison-experiment-christine-otten-in-vrij-nederland/ – Focus yourself on the dreams and talents of your staff-members and your incarcerated people. On what they can do and not on what they cannot do. Pathology and illness has to be taken care of, but the possibilities of a person are the “lifesavers”. Everybody can contribute something and has to be recognized as a unique person in his own context. – Do not make plans for others without their involvement. The best innovations I experienced as a director started as small questions, thoughts and idea’s of people on the working floor or inmates. I told them to start realizing it, stimulated their initiative, protected and watered it like a young steak. – Relational security is crucial, everybody has to treat others as the equal person that he is. But do not be naïve and realize a prison is always a situation in which people are forced to stay inside. Know your incarcerated person and trust your own judgement on which restrictions are needed and which responsibilities and space to move an individual can handle. That’s the specialism of prison-staff: knowing when to give room and when to restrict. Me as a director I trusted the judgement of my staff but I also walked around in my prison every day, talking with staff and inmates. And do not get me wrong: every inmate knew I would punish or transfer him if necessary! – Giving ownership is crucial. Incarcerated people own their own detention-plan, own their own rehabilitation, and are owner of the result of their own work and efforts. It was their choice to do it and it had probably not been there when they had not made that choice. When inmates leave their work is a heritage for the new people. They can use and develop it further on. The same goes for the staff: it is their department, their responsibility to keep it secure and realize the detention-goals in their part of the prison. As a director you are mainly there to support, protect and inspire your staff and hold an effective position between the department of Justice and stakeholders from outside the prison.

shape centre

Incarcerated people can grow food, cook, study, built houses, teach, write poems, lay bricks, do electricity and plumbing, drive a car, make street-pavement, use tools, take care of other people, make clothes, repair shoes, write books, do adminstration, run, play football, take care of their children, nursing, pick fruit, love others, sell goods, be an entrepreneur, help neighbours, carry heavy stuff, make music, speak and write foreign languages, perform….

14971881_1838922763058867_414041517_n